![]()
![]()
3.2. Regels betreffende personen
3.2.1. Leeftijdsklassen
(1) Als junior geldt degene die tot en met 31 december van het jaar
van de wedstrijd maximaal 17 jaar oud is.
3.2.2. De deelnemers en zijn aanmelding
(1) Om aan een Nederlands Kampioenschap te kunnen deelnemen moet de
deelnemer lid zijn van een bij de ANSF aangesloten vereniging en permanent
in Nederland woonachtig zijn.
3.3. Technische regels
3.3.1 Aandrijving van modellen en methoden van voortstuwing
(1) Als aandrijving zijn uitsluitend verbrandingsmotoren toegelaten.
Luchtstraalaandrijvingen en anderen niet opgevoerde aandrijvingen zijn
niet toegestaan.
3.3.3. Geluidsdemping, geluidsmeting en meetvoorschriften
(1,) Verbrandingsmotoren moeten met een geluiddemper uitgerust zijn,
die ervoor zorgt dat met inachtneming van de geluidsmeetvoorschriften de
toegelaten geluidssterkte niet overschreden wordt.
(6) Meetvoorschriften voor de modelgroep FSR-V en FSR-H
Geluidsmeting vindt pluats op aanwijzing van de jury. De meetpositie is
op 20 meter afstand van de neutrale lijn. De toegelaten geluidssterkte
bedraagt 80 dB. Bij uitzonderlijk ongunstige omstandigheden kan hiervan
worden afgeweken. De toegelaten geluidssterkte wordt dan bepaald als zijnde
3 dB boven het gemiddelde in een groep.
3.3.4 Inzet en gebruik van afstandbedieningen en zendercontrole
(4) Iedere deelnemer dient te beschikken over 4 qaurtzparen. In het
model dient de quartz in korte tijd gewisseld te kunnen worden.
3.4.2 De steiger, de voorbereidingsruimte
(4) Het niet toegestaan tijdens de race op de steiger een paraplu te
gebruiken.
(5) Het is verboden tijdens de wedstrijd binnen een afstand van 200 meter
van de steiger motoren te laten lopen.
3.4.4 Herhaling van een wedstrijd of een heat
(l) Wordt een model tijdens een wedstrijd beschadigd heeft de deelnemer
niet het recht de wedstrijd over te doen. Dit geld ook voor opstakels boven
of onder water.
3.4.9 Oproeptijd
(2) Verschijnt een deelnemer niet op tijd aan de steiger verliest deze
het recht op deelname aan de heat.
3.4.13 Kontrole van de cilinderinhoud
(4) Bij verbrandingsmotoren dient de meting van de cilinderin}loud
ill koude toestand te gebeuren. Een tolerantie van + 1% is toegestaan.
3.5. NAVIGA protest verordening
3.5.1 De principes
(1) Men kan slechts protesteren als degene die protesteert ervan overtuigd
is dat hij benadeeld is door een beslissing, een handeling of een nalatigheid
door een van de medewerkers van de wedstrijdleiding, de jury, een van de
scheidsrechters of iemand van de organisatie ofwel door onsportief gedrag
en het tegen de regels handelen door andere deelnemers of groepen.
(4) De beslissingen van de wedstrijdleiding cq jury zijn definitief. Hiertegen
kan men niet in beroep gaan.
3.5.2 Indienen van een protest
(1) Elk protest dient, onmiddellijk na het vaststellen van de feiten
die aanleiding zijn voor een protest, }oij de hevoegde startplaatsleider
mondeling gemeld te worden. Hoogstens een uur na het einde van de registratie
cg heat cq start waarbij het voorval zich voordeed, moet het protest schriftelijk
bij de wedstrijdleiding cq jury ingediend worden.
(4) Het schriftelijke protest moet bevatten:
(6) Tegelijk met de schriftelijke indiening van het protest moet het protestgeld
betaald worden. Zo niet dan kan het protest niet in behandeling worden
genomen.
![]()
(2) De motor moet in elk toerental gedrosseld kunnen worden
(3) Bij elk model dient het mogelijk te zijn om, bovenop, een startnummerplaatje
in de lengterichting te bevestigen. Het plaatje moet uit een flexibel materiaal
gemaakt zijn zodat het bij aanvaringen zo mogelijk geen wezenlijke beschadigingen
aan het model veroorzaakt. De kleur van het plaatje is wit. De startnummers
van 1-13 zijn zwart. Bij afwijken van deze regel beslist de jury. Het plaatje
dient op twee punten aan het model bevestigd te zijn.
(4) Voor de startnummerplaatjes voor de modellen uit de klassen FSR-V en
FSR-H en voor een deugdelijke bevestigings mogelijkheid op het model zijn
de volgende afmetingen bindend: (zie afbeelding hieronder)

dikte plaatje: ca 2 mm
De cijfers dienen 80 mm hoog en 10 mm dik te zijn.
De hoeken van het plaatje moeten afgerond zijn.
Bij afwijken van deze regel beslist de jury.
(5) De organisatie zorgt voor 2 bergingsboten. De bemanning van de bergingsboten
wordt door de organisatie geleverd. Bij gebruik van een buitenboordmotor
kan met een bootbemanning volstaan worden.
(6) Rubberboten zijn als bergingsboot niet toegestaan.
(7)De bergingsdienst staat onder verantwoordelijkheid van de startplaatsleider.
Het ophalen van modellen dient in een zo kort mogelijke tijd te gebeuren.
En wel zo dat de modellen die nog in de wedstrijd zijn zo min mogelijk
gehinderd worden en de deelnemers, van wie het model opgehaald wordt, moeten
allen gelijkwaardig en sportief behandeld worden. Van motorboten dient
de snelheid zodanig aangepast te worden dat de veroorzaakte golven de wedstrijd
niet wezenlijk beïnvloeden. Het veelvuldig kruisen van het wedstrijdparkoers
dient vermeden te worden.
(9) Tijdens de race mogen zich, in het vaargebied van de modellen, geen
personen met opzet in het water begeven. Overtreding door deelnemers leidt
tot diskwalificatie.
(13) Elke boot uit de klasse FSR-V35 dient voorzien te zijn van een oog,
zodanig dat de boot hieraan gesleept kan worden
(14) Voor deelname aan de klassen FSR-V15 en FSR-V35 geldt een minimum
leeftijd van 12 jaar.
(15) Elke boot dient voorzien te zijn van een handvat, zodanig dat een
boot probleemloos hiermee uit het water genomen kan worden.
6.4 Wedstrijdparkoers en duur van de race van de klassen FSR-V
(1) De wedstrijd wordt op een parkoers, zoals in figuur 3 te zien
is, gevaren.
Figuur 3. Wedstrijdparcours voor de klasse FSR-V
(2) Een wedstrijd bestaat uit twee heats. De duur van een heat bedraagt
30. 10 Minuten na de start en elke 5 minuten daarna roept de startplaatsleider,
via de omroepinstallatie, om hoeveel tijd er verstreken is. Indien kwalificatie-heats
worden gevaren kan de duur van deze heats worden terugebracht tot 20 minuten.
(4) Voor de start wordt van elke zender gecontroleerd of deze een andere
stoort. Hierbij moeten alle zenders en ontvangers ingeschakeld zijn. Na
de constatering dat er geen storing is, is een protest wegens storing door
een andere zender niet meer mogelijk.
(5) Na de controle van de zenders begint de voorbereidingstijd.
(6) De voorbereidingstijd bedraagt voor de klasse FSR-V 3,5 minuut. Deze
mag de deelnemer besteden aan het afstellen en warm laten lopen van de
motor en voor andere voorbereidende werkzaamheden. De boot mag daarbij
in het water geplaatst worden. Het loslaten van de boot is echter niet
toegestaan.
(8) Na de voorbereidingstijd wordt het commando "Binnen tien seconden
start" gegeven. De race begint nadat de startplaatsleider "start"
roept of door een startschot of door een ander startsignaal. De motoren
mogen dan pas gestart cq ingeschakeld worden. De modellen moeten in het
water gezet worden en de deelnemer kan de race beginnen.
(9) De startplaats mag tijdens de race slechts verlaten worden om het model
op te pikken of voor het ophalen van reserveonderdelen.Het oppikken mag
slecht plaatsvinden vanaf de steiger of de aanlegplaats van de bergingsboten.
De zender mag de startplaats niet verlaten.
(10) Alle boeien moeten volgens het parkoersvoorschrift gerond worden.
Het aanraken van de boeien is toegestaan. Alleen die ronden, die volgens
het voorgeschreven parkoers gevaren worden, worden geteld. (Dus over de
boei varen wordt niet geteld)
(12) Passeert men een boei aan de verkeerde kant dan mag de deelnemer,
zonder de overige deelnemers te hinderen, het model bijdraaien om alsnog
de boei aan de goede kant voorbij te varen. Doet men dit niet dan wordt
de ronde niet geteld.
(13) Een langzamer varende boot mag op de rechte stukken aan beide zijden
(bakboord, stuurboord) ingehaald worden. De langzame boot mag de inhalende
boot tijdens het passeren niet hinderen door koerswijzigingen. Het invoegen
mag pas als er een tussenruimte is van minstens 3 bootlengtes.
(14) De snellere boot mag de in te halen boot tijdens de inhaalmanoeuvre
niet hinderen.
(16) Valt tijdens de race een boot uit, dan mag deze, zonder andere boten
te hinderen, door een bergingsboot van de organisatie opgehaald worden.
Het stuk vanaf de startlijn tot aan de plaats waar het defect is opgetreden
wordt als niet gevaren beschouwd.
(17) Een door de bergingsboot, in geval van pech, terug gebrachte boot
moet het parkoers weer vanaf de start beginnen. Na de hernieuwde start
wordt weer met de tot dan toe gevaren ronden verder geteld.
(19) Bij verlies van het startplaatsschildje tijdens de wedstrijd mag de
betreffende boot de begonnen ronde afmaken. Daarna moet er een nieuw plaatje
aangebracht worden. Zonder plaatje gevaren ronden worden niet meegeteld.
(20) Tijdens een heat kan er een neutralisatie van de race plaatsvinden.
Dit indien er bijzondere redenen om de wedstrijd te onderbreken (bv het
losraken van een boei), aanwezig zijn. De startplaatsleider bepaalt of
zo'n neutralisatie nodig is. De neutralisatie geschiedt als volgt:
a. De startplaatsleider geeft een signaal (toeter, fluit) dat hetzelfde
is als het eindsignaal. Tegelijk met dit signaal wordt de klok, waarmee
de wedstrijdtijd gemeten worden, stop gezet. Nadat de startplaatsleider
het signaal heeft gegeven maken de modellen de begonnen ronde af.
b. De tijd tussen het signaal en het passeren van de finishlijn wordt door
de rondenteller gemeten en opgeschreven. De modellen moeten uit het water
worden genomen en de motoren moeten daarna worden stil gezet.
c. De deelnemer en zijn helper mogen dan niet meer aan het model komen,
reparaties zijn niet toegestaan. Tijdens de neutralisatie is het wel toegestaan
om stilgevallen modellen uit het water te halen. Tevens mogen die handelingen
aan het model verricht worden die nodig zijn om de wachttijd goed te doorstaan;
afschakelen ontvanger, afsluiten brandstoftoevoer etc. Zulks ter beoordeling
van de jury.
d. Nadat de problemen, die voor de onderbreking zorgden, zijn opgelost
geeft de startplaatsleider een startsignaal. De deelnemers kunnen dan opnieuw
starten zoals bij het begin van de race. De klok die de wedstrijdtijd meet
wordt aangezet op het moment van het startsignaal.
e. Vindt er een onderbreking binnen de eerste 3 minuten van een heat plaats
dan wordt de heat opnieuw gestart. De van tevoren gevaren ronden worden
dan niet meegeteld.
(21) Indien een neutralisatie heeft plaats gevonden dan wordt de tijd nodig
om de ronde af te maken bij de neutralisatie opgeteld bij de binnenkomsttijd
aan het einde van de wedstrijd.
(22) Indien men zich onsportief gedraagt, andere deelnemers hindert, zich
niet aan de voorschriften houdt of door onachtzaamheid de toeschouwers
of een bergingsboot in gevaar brengt cq met een model op de startsteiger
botst dan kan de startplaatsleider, naar eigen oordeel (behalve bij e.
en f. waarbij de straf dwingend is voorgeschreven), de volgende straffen
uitdelen:
a. Bij de 1e overtreding, het niet nakomen van de punten (12) t/m (15)
zonder het uitvallen van een andere boot volgt een waarschuwing (gele kaart).
b. Bij de 2e of een grotere overtreding of bij het overvaren van een andere
boot wordt een ronde aftrek gegeven (gele kaart met cijfer 1).
c. Bij de 3e of een bijzonder grote overtreding (b. v. gevaarlijk langs
steiger of bergingsboot) of bij het niet nakomen van de punten 12 t/m 15
met uitval van een andere boot worden twee ronden aftrek gegeven (gele
kaart met cijfer 2).
d. Bij de 4e overtreding of bij bijzonder onbesuisde handelingen wordt
de deelnemer gediskwalificeerd (rode kaart). Wordt een deelnemer gediskwalificeerd
dan moet hij zijn model direct uit het water nemen.
e. Botst het model op een bergingsboot dan wordt de betreffende deelnemer
meteen voor deze heat gediskwalificeerd. Het model dient meteen uit het
water genomen te worden.
f. Is bij het in gevaar brengen, aanraken van of frontaal in botsing komen
met de bergingsboot een ander of meerdere modellen betrokken dan kan de
startplaatsleider aan deze cq die deelnemer(s) een straf uitdelen. Hij
dient hierbij rekening te houden met de mate waarin de andere deelnemer(s)
mede schuldig is (zijn).
De straf wordt de deelnemer openbaar en zichtbaar getoond. Tegen deze beslissing
is geen protest mogelijk. De startplaatsleider dient het uitdelen van een
straf met inbegrip van het startnummer van de deelnemer(s) te registreren.
Wordt een deelnemer voor een heat gediskwalificeerd vervalt hiermee het
behaalde resultaat.
(23) De heat wordt door een eindsignaal van de startplaatsleider beëindigd.
Alle modellen moeten na het eindsignaal de ronde waarmee ze bezig zijn
afmaken. Deze ronde wordt meegeteld. Na het eindsignaal wordt door de rondenteller
namens de organisatie de tijd die nodig is om deze ronde af te maken gemeten.
Dit geeft de binnenkomsttijd als resultaat.
6.6 Rondentellen bij FSR-wedstrijden
6.6.2 Rondentellen mbv een computer
(1) Het tellen van de ronden met behulp van een computer geschiedt
met 2 personen. Hiervan is 1 persoon opnoemer en 1 persoon bediener van
het telmechanisme.
(4) Voor alle modellen die in een één heat varen geldt een
gelijke startlijn. Deze bevindt zich links naast de steiger. De opnoemers
dienen in het verlengde van de startlijn plaats te nemen. Zodat een eenduidige
bepaling van de finishlijn mogelijk is.
6.9 Wedstrijdparkoers en -tijd van de klasse FSR-H
(1) De wedstrijd wordt op het parkoers overeenkomstig de afbeelding
van figuur 4 gevaren. Het parkoers dient zodanig opgebouwd te worden dat
de basislijn evenwijdig aan de startsteiger ligt en de loodlijn tussen
de startplaats 4 en 5 door de middenboei loopt.

Figuur 4. Wedstrijdparcours voor de klasse FSR-H
(2) Op het parkoers moeten de glijboten binnen 5 minuten een vastgesteld
aantal ronden varen:
FSR-H3,5 = 5 ronden
FSR-H7,5 = 6 ronden
FSR-H15 = 7 ronden
(3) De kontroletijd voor de start van de wedstrijd dient m.b.v. een speciale
klok (zie figuur 5) of op een andere toepasselijke wijze (optisch of akoestisch)
te geschieden.

Figuur 5. Klok voor wedstrijden FSR-V
6.10 Wedstrijdklok voor de klasse FSR-H
(1) De wedstrijdklok is een speciaal voor de FSR-H wedstrijd gebouwde
tijdaangever. De klok geeft speciale optische en akoestische informatie
en signalen. Hiermee kan de deelnemer het verloop van de wedstrijd volgen.
(2) De wedstrijdklok moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- 1 omloop van de wijzer dient 30 seconden te bedragen met een nauwkeurigheid
van + 1 sec. De linkerkant van de klok dient de volgende markeringspunten
te bevatten: 15; 7,5; 5; 4; 3; 2 en 1 seconde.
- Het 5 seconden segment moet met behulp van een contrasterende kleur als
cirkeldeel aangegeven worden.
- Als optische signalen moeten er 4 rode lichten aanwezig zijn. Welke allemaal
aan het begin van de wedstrijd ingeschakeld zijn. Van deze lichten wordt
er, tijdens de voorbereidingstijd, elke 30 sec één uitgeschakeld.
- 1 of 2 witte of gele lichten die, nadat het laatste rode licht is uitgegaan,
de laatste 30 sec (tijdskontrole) en daarmee de "nietinzetperiode"
aangeven.
- Een licht signaal of een toetersignaal dient het einde van de kontro1etijd
aan te geven en daarmee tevens het startsein te geven.
- De wijzer in het bovenste omkeerpunt en het aangeven van de start door
middel van een licht of toetersignaal moeten exact overeenkomen.
- De doorsnede van het cijferblad van de klok moet tussen de 705 en 1000
mm bedragen.
- De linkerzijde van de klok moet wit of oranje geverfd zijn. De wijzer
dient zwart te zijn.
- Voor de wedstrijdklok moet een inrichting aanwezig zijn om hem binnen
in het parkoers te kunnen plaatsen.
6.11 Ver/oop van de wedstrijd in de klasse FSR-H.
(2) De 8 best geplaatste deelnemers nemen aan de finale deel. De
best geplaatste deelnemer start op plaats 5, de volgenden respectivelijk
op 4,6,3,7,2,8,1
(4) Elke heat bestaat uit 3 afzonderlijke fasen:
(5) Tijdens de voorbereidingstijd worden de motoren gestart, de boot in
het water gezet en los gelaten. Indien de deelnemer zijn motor na afloop
van de voorbereidingstijd heeft gestart wordt zijn heat geannuleerd (valse
start). Een herhaling van de heat is niet toegestaan. Een vertraging of
uitval van voorbereidingstijd is niet toegestaan. Een uitzondering kan
door de startplaatsleider gemaakt worden indien er op het parkoers een
probleem ontstaan is. Tijdens de voorbereidingstijd zijn handelingen aan
het model toegestaan. De deelnemer mag echter zijn startplaats niet verlaten.
(6) Bij de aanvang van de kontroletijd mogen geen boten meer in het water
worden gezet of worden losgelaten.
(8) Tijdens de laatste 15 seconden van de kontroletijd moeten de boten
na het passeren van boei 6 rechtuit varen om de veiligheid van andere boten
te waarborgen. Het varen van een zigzagkoers, draaien, over een hoek die
groter is dan 45? en koersveranderingen (treuzelen) om het overschrijden
van de startlijn te vertragen of iets dergelijks zijn overtredingen en
worden met een ronde aftrek bestraft.
(9) Het einde van de kontroletijd betekent de start van de heat, onafhankelijk
van de positie van elke boot. Hiermee begint de wedstrijdtijd.
(12) Het snijden van een van de boeien op het parkoers is niet toegestaan
en wordt als een overtreding van de regels met een ronde aftrek bestraft.
(13) De boot, die als eerste de laatste ronde, volgens de regels, met draaiende
motor heeft afgelegd is de winnaar van de heat. Een ronde wordt volgens
de regels voltooid indien er geen bestraffing plaats vindt.
(14) Indien geen enkele boot binnen de 4 minuten wedstrijdtijd het vastgestelde
aantal ronden heeft afgelegd geldt deze heat als geannuleerd (geen heat).
Een herhaling is niet toegestaan.
(15) Boten die het benodigde aantal ronden niet binnen de gestelde tijd
hebben afgerond krijgen 25 punten.
(17) Wordt door de startplaatsleider ingeschat dat er boten op het parkoers
zijn die niet in staat zijn om de heat binnen de wedstrijdtijd volgens
de regels te beëindigen dan kunnen zij aangewezen worden om het parkoers
te verlaten. Het geven van punten vindt plaats alsof de heat niet beëindigd
is.
6.12.1 Linksomdraaien
(1) Scherpe bochten naar links zijn op het wedstrijdparkoers niet toegestaan
met uitzondering van een uitwijking om een botsing te voorkomen. Flauwe
bochten naar links of stuurkorrekties om andere boten in te halen zijn
toegestaan.
(2) Men wordt bestraft met een ronde aftrek indien men:
Een bocht naar links maakt van meer dan 45 graden.
Een bocht naar links maakt waardoor een andere boot in gevaar komt.
(3) Wie een andere boot zodanig beschadigd dat deze in de volgende heats
niet meer kan deelnemen wordt voor de heat gediskwalificeerd.
6.12.2 Recht op doorgang
(1) Betrouwbare besturingstechnieken alsmede sportieve eerlijkheid
zijn voorwaarden om het wedstrijdparkoers volgens de regels te varen.
(2) Als normale vaarroute geldt de lijn die het dichtst bij de omtrek van
het wedstrijdparkoers ligt. Boten die zich op deze vaarroute bevinden hebben
het recht van doorgang ten opzichte van andere boten
(3) Een boot die zich op een vaarroute op het wedstrijdparkoers bevindt
heeft het recht deze aan te houden
(4) Een boot die een voor hem en in dezelfde vaarroute liggende boot wi1
inhalen, moet minstens 3 bootlengtes voorbij de ingehaalde boot varen alvorens
hij het recht op doorgang heeft.
(5) Men wordt bestraft met een ronde aftrek indien men:
- ergens een regel betreffende het recht op doorgang overtreedt
- om te verhinderen dat men ingehaald wordt, een zigzag koers, s-bochten
of dergelijke andere tactieken toepast.
6.12.3 Het passeren van boeien
(1) Elke boei van het wedstrijdparkoers moet aan de buitenkant gepasseerd
worden. Een uitzondering kan alleen door de startplaatsleider gemaakt worden
indien de wedstrijdsituatie zodanig was dat er een botsing vermeden kon
worden.
(2) Boeistraffen worden door de scheidsrechter gegeven. Hiertegen is geen
protest mogelijk.
(3) Men wordt bestraft met een ronde aftrek indien men:
- een boei aan de binnenzijde van het parkoers passeert
- binnen de ovaal, die door het parkoers gevormd wordt, vaart
- het parkoers snijdt of kruist
- door het midden van het parkoers vaart
(4) Indien een deelnemer duidelijke onzekerheden of onbekwaamheden bij
het sturen van de boot vertoont en na een waarschuwing de wedstrijd op
gelijke wijze voortzet, wordt de betreffende deelnemer voor de lopende
heat gediskwalificeerd.
6.13 Regels voor het inhalen in de klasse FSR-H
Het inhalen is op de rechte stukken van het parkoers met inachtneming
van punt 6.12.2.(4) toegestaan.
Voorbeeld 1:

Boot 1 heeft voorrang. Zowel boot 2 als 3 snijden de lijn van boot 1 en
zullen met een ronde aftrek worden bestraft.
Voorbeeld 2:

Boot 2 haalt correct in want hij heeft minstens 3 bootlengtes afstand,
voordat hij op de binnenlijn gaat varen.
Voorbeeld 3:

Boot 2 wordt met een ronde aftrek bestraft, omdat hij boot 1 op de boei
dringt om daarmee een aanvaring te voorkomen.
Voorbeeld 4:

Boot 2 vaart een correcte koers.
Voorbeeld 5:

Boot 1 verlaat de binnenlijn en vaart een te grote bocht. Hiermee wordt
het boot 2 toegestaan met een kleinere bocht in te halen. Vanaf plaats
X heeft boot 2 voorrang.
6.14 Bepaling van het eindresultaat in de klasse FSR-H.
(1) Voor elke heat krijgen de deelnemers in volgorde van de aankomst
van hun model wedstrijdpunten:
1e plaats : 300 punten
3e plaats : 225 punten
4e plaats : 169 punten
5e plaats : 127 punten
6e plaats : 96 punten
7e plaats : 72 punten
8e plaats : 54 punten
heat niet beëindigd : 25 punten
Boot niet na startsignaal over startlijn : geen punten
(2) Ingeval van gelijk aantal punten wordt er een eliminatie heat toegevoegd
voor het bepalen van de eindstand.
(4) Vindt er een finale plaats dan wordt de volgorde van het eindresultaat
als volgt bepaald:
- Plaatsing van de deelnemers overeenkomstig het totaal aantal punten van
de finale heats.
- De rest van de deelnemers wordt geplaatst in volgorde van het totaal
aantal punten van de 3 beste heats.
![]()