De waterdichte schroefasdoor Erik Bakker |
||
| Een probleem wat net zo oud is als het modelboot
bouwen, is de afdichting van de schroefas. Het schip loopt nou eenmaal
altijd een beetje vol. Vroeger stampte ik de askoker vol met vet en dat
ging hem dan inderdaad vervelen. De motor vond dat echter ook niet zo heel
leuk want de stroomafname steeg dramatisch en de motor begon serieuze pogingen
te doen om het vaantje te strijken. Dat vet remde nl. vreselijk, zelfs
zo dat ik een keer een warme as had. Kun je nagaan waar al die stroom bleef.
Dit systeem kost dus vaartijd en motoren. Na die pogingen heb ik jaren
blij geleefd met een nat schip. Wanneer je maar regelmatig aftapt is er
geen probleem.
Toen kwam er enige jaren geleden een onderzeeboot aan de orde. Wat nu te doen? Zelfs een beetje water in het schip is fataal bij een sub! We hebben toen vreselijk zitten denken en geëxperimenteerd, waarna er een systeem uitkwam wat inderdaad safe was. Een vereenvoudigde versie hiervan kwam in mijn torpedojager en die heeft in twee seizoenen inderdaad geen drup water gelekt. Toen kwam de Pollux aan de orde. Het probleem hierbij was dat het totaalgewicht niet meer mocht zijn dan 600 gram. |
Vergeet die bonken messing maar met al die imbus
bouten. Het bleek dat de constructie nog veel simpeler kon met behoud van
de veiligheid. De Pollux heeft een seizoen gevaren zonder een drup. Het
enige nadeel t.o.v. een normale as is het iets hogere stroomverbruik vooral
bij hoge toerentallen. Streef dus naar een laagtoerige aandrijving i.v.m.
de wrijvingsverliezen. Ook het schroefrendement wordt dan beter. (navy
of gegearde monoperm).
In mijn geval werd het een 12 volts monoperm op 9,6 volt. Dat draait ook wat rustiger. Mijn Pollux loopt ondanks de extra asverliezen nog altijd anderhalf uur op penlightjes van 800 mAh. Wat heb ik gedaan? Zie tekening. Ik ben begonnen met een oude Graupner as die op lengte afgezaagd werd. Je houdt dan binnen een pijp 5x6 over. Het volgende kan ook met de boormachine maar op de draaibank is het makkelijker om de zaak op lijn te houden. Ik nam een stukje messing (B) van 12 rond wat met 5mm werd doorgeboord. Om de schroefaskoker op te nemen boorde ik aan een zijde met 6 in tot een diepte van ca 10 mm. Hierin solderen of plakken we later de askoker. |
Nu wordt het een beetje gokken. Hoe lang moet
dat stuk 12 nu worden? Ik moet er aan de andere kant 7 mm in. Ik kwam op
ca. 24 mm. De dikte van de binnenste borst is nl. volslagen onbelangrijk
als hij de koker en de lagering maar tegenhoudt. Met boor 8 gaan we er
aan de andere kant 7mm in. Klaar.
Vervolgens haal je bij Bernard Sanders in de Lekstraat in Den Haag een
z.g. stofring of simmerring merk INA van 8 buiten en 4 binnen (S). Ook
een kogellager 4x8 (K). De simmerring is asymmetrisch met de flap naar
het water toe. Deze persen we in het gat 8. Hierachteraan komt het kogellager.
Tussen de ring en het lager komt een kwak vet. De as wordt ingebracht vanaf
de buitenzijde. Slijp hem wat conisch aan en geef een likje vet op het
eind zodat hij soepel en zonder bechadigen door de simmerring glijdt. Klaar.
Het enige probleem wat we nu nog hebben, is dat de as niet geborgd is aan
de binnenkant. Dit kan met een tonnetje (T) of met de koppeling.
Echt klaar.
|
![]() |
||